Join the Håndlavet newsletter. Be the very first to know about our limited arrivals, receive special offers and more.
[contact-form-7 404 "Not Found"]
a

Keramiek-weetjes

Keramiek-weetjes

 

Wist je dat …

  • Biscuitbak = de naam voor de eerste stook tot 950°C. Na de eerste stook is de klei veranderd in keramiek. Het materiaal is nog poreus en kan dus nog glazuur opnemen. De oven wordt heel traag opgestookt: de eerste 600 graden aan 70°C per uur. Vanaf 600°C stijgt de temperatuur 100 graden per uur. Opstoken duurt ongeveer 12u en afkoelen 24u.
  • Hoogbak: glazuurbak. Ik stook mijn oven tot ongeveer 1240°C. Deze stook gaat sneller: de temperatuur stijgt tot 600°C aan 100 graden per uur en nadien stoken we aan 120 graden per uur. Dit proces duurt ook ongeveer 12u en ook deze keer moet de oven 24u afkoelen.
  • er een verschil is tussen steengoed en aardewerk. Steengoed is klei die minstens tot 1200°C gebakken is. Aardewerk is klei die tussen de 950 en de 1150 graden gebakken is. Aardewerk is na het bakken nog poreus en dus niet vaatwasser bestendig. Steengoed is waterdicht en kan wel in de vaatwasser en in de microgolfoven. De aardewerkglazuren kunnen fellere kleuren hebben. Aardewerkglazuren zijn echter meestal niet versmolten met de klei, ze liggen als een laagje op de klei. Aardewerk is ook minder sterk dan steengoed.
  • bij steengoed (= hoogebakken keramiek) het glazuur vastsmelt op de klei en dat de plaatjes waaruit klei bestaat verglazen en er zo voor zorgen dat de werken waterdicht worden.
  • klei is eeuwig recupereerbaar zolang die niet gebakken is. Bij droge klei kan je water doen zodat die weer natter wordt. Dan moet je de klei goed kneden zodat we die weer kunnen gebruiken.
  • lederhard een belangrijk begrip is. Lederharde klei is klei die al wat gedroogd en dus al vrij hard is en niet meer plakt. Je kan er gemakkelijk in snijden zonder bramen te veroorzaken. Je kan de klei nog bewerken zonder de klei te vervormen.
  • chamotte gebakken klei is die vermalen is tot fijne of minder fijne korrels: fijne korrels dikte: 0 – 0.2 of 0 – 0.5mm of grove chamotte van 1 – 2mm. Chamotte wordt toegevoegd aan boetseerklei om die sterker te maken. Boetseerklei bevat tussen de 10 en de 40% chamotte.
  • er verschillende kleuren klei bestaan en dat er in heel de wereld klei onder de grond zit. De samenstelling van de klei is overal wat anders, wat voor kleur- en kwaliteitsverschillen zorgt.
  • er receptenboeken bestaan om glazuren te maken. Er bestaan oneindig veel verschillende glazuurrecepten.
  • ik mijn glazuren maak met 3 verschillende basisglazuren waaraan ik pigmenten of oxides toevoeg in verschillende percentages. Op deze manier kan ik al vrij veel verschillende glazuren maken. Ik leer het je graag.
  • porselein ook klei is, maar dan wel van de meest zuivere soort. Porselein kan heel hoog gebakken worden (tot 1300°C) waardoor de kleideeltjes verglazen en zelfs doorschijnend worden.
  • porselein heel sterk is en dat je er heel fijn mee kan werken. Maar zuivere porselein is niet plastisch genoeg om ermee te boetseren. Daarom worden er vlasvezels of papiervezels aan toegevoegd.
  • klei ongeveer 10% krimpt en porselein zelfs tot 20% kan krimpen.
  • er geen lucht ingesloten mag zitten in klei want lucht zet uit bij warmte en klei krimpt. De uitzettende lucht zal de kleiwand doen kapot springen.
  • de kleiwand van je werk best overal ongeveer even dik is zodat je werk gelijkmatig kan drogen en gelijkmatig kan opwarmen tijdens het bakken. Is er een te groot verschil in dikte, dan kan dit leiden tot scheuren en barsten.
  • je glazuren met elkaar kan mengen en dat er hierdoor andere glazuren ontstaan. Best testen op staaltjes als je wil experimenteren met glazuurmengelingen.
  • drukmallen best poreus zijn zodat de klei er niet aan vastplakt. Maar dat we ook niet poreuze (conische) mallen kunnen gebruiken zoals een plastic kom als we er een dun plastic zakje in leggen.
  • er heel veel opbouwtechnieken bestaan om klei te bewerken en dat je al die technieken kan combineren. Je kiest de techniek die bij je werk past: organische vormen bouw je meestal hol op met kleirollen of boetseer je vol en hol je nadien uit. Strakkere vormen zoals cilinders, rechthoeken, borden, … zal je eerder met kleiplaten maken. Kleine potvormen kan je met je vingers in je handpalm vormen (knijpen). Voor seriewerk zal je eerder kiezen om te werken met mallen, gietmallen of drukmallen, …
  • je wellicht een voorkeurstechniek Ikzelf werk bijvoorbeeld graag met de hand en bouw mijn werk vaak op met kleirollen of met de knijptechniek.
  • we de buitenkant van kleiwerken de ‘huid’ noemen. De huid kan je bewerken met je vingers, met boetseerhoutjes, met lomers en zelfs met steentjes of lepels (om te polijsten).
  • je door met een natte spons op droog werk te wrijven, je de allerfijnste kleideeltjes wegspoelt en dat dan enkel de grovere deeltjes en de chamotte overblijven. Hierdoor wordt de kleihuid ruw en korrelig.
  • je water of slib moet gebruiken om verschillende stukken klei aan elkaar te ‘lijmen’. Je ruwt beide oppervlakten op, dept er water of slib op en zet dan beide delen aan elkaar. vb. een oor aan een beker.
  • organisch materiaal wegbrandt en kan gebruikt worden om te decoreren. Je kan bijvoorbeeld rijst, pasta, planten indrukken in de kleihuid en zo een mooie decoratie creëren.
  • je de huid van klei kan polijsten (=satijnglans) door de poriën dicht te wrijven met een lepel of een steentje (of een ander hard en glad voorwerp) op het moment dat de klei lederhard is.
  • men vroeger de kommen en schalen altijd polijstte in plaats van glazuurde om de voorwerpen vrij waterdicht te maken. Uiteraard is de klei pas waterdicht wanneer die hoog genoeg gebakken is. Gepolijst werk werd gebruikt als serviesgoed en ook als decoratief werk. Polijsten geeft namelijk een mooie satijnglans aan het werk.
  • barsten of scheuren kan herstellen met azijnslib.
  • je je hele leven dagelijks kan bezig zijn met klei en dat je dan nog niet alle technieken zal kennen.

Bakkosten in een notendop:

Wist je dat …

  • jouw keramiekwerkjes 2 keer gebakken worden in mijn keramiekoven: De eerste keer worden de werkjes tot 950°C gebakken en na het aanbrengen van de glazuurlaag, worden ze een tweede keer gebakken, tot 1240°C.
  • de oven telkens 12 uur aanstaat en daarna nog 24 uur moet afkoelen. In totaal zitten de kleiwerken dus 36 uur in de oven per bak.
  • de oven verbruikt ongeveer 77kWh per bak. Hierbij moet je het onderhoud van de oven nog rekenen.
  • het gemiddeld een uur duurt om een oven in- en uit te laden.
  • ik per workshop gemiddeld 3 uur bezig ben met glazuren aanmaken: wegen, mengen en 2x zeven.
  • 200ml glazuur gemiddeld 8€ aan grondstoffen kost.
  • er per glazuurkleur meerdere staaltjes gemaakt worden vóór de kleur in gebruik genomen wordt.

Vaste bakkosten per volume:

Bakkosten, inclusief een forfait voor het glazuur worden nadien afgerekend aan een vast bedrag per volume: cash of via overschrijving.

Dus: bakkosten per volume => de volumeprijs x 3 (= x 2 voor het bakken en x 1 forfait voor glazuur).

Om je een idee te geven van de totale bakkosten per volume:

  • duimpotje = ongeveer 6€
  • een dessertkommetje (5 cm hoog en diameter 12 cm) = 5€
  • een soepkom (6 cm hoog en diameter 15 cm) = 7.50€
  • een beker (10 cm hoog en diameter 10 cm) = 6€
  • een pizzabord (1 per ovenplaat) (diameter 30 cm) = 15€
  • een dinerbord (1 per ovenplaat) (diameter 27 cm) = 12€
  • een lunchbord (2 per ovenplaat) (diameter 23 cm) = 7,50€
  • een dessertbord (3 per ovenplaat) (diameter 20 cm) = 5€
  • grote schaal (1 per ovenplaat) (diameter 27,50 cm) = 22€
  • kleinere schaal (spaghettibord) (diameter 23,50 cm) = 18€
  • kom (10 cm hoog en 22 cm diameter) = 22€
  • grote kom (14 cm hoog en diameter 35 cm) = 50€
  • kleine bloempot (in mal) (10 cm hoog en diameter 11 cm) = 7,5€
  • grotere bloempot (in mal) 13 cm hoog, diameter 14 cm) = 15€
  • wijnkoeler (cilinder van 20 cm hoog en diameter 11 cm) = 15€